Door Herman te Loo
Ornette Coleman zei ooit: ‘De evolutie die men in de muziek waarneemt, is bijna een biologisch feit, vergelijkbaar met de trage overgang van de kindertijd naar de volwassenheid. Kent u ook maar één jazzmusicus die historisch gezien geen leerling is?’ Het kenmerk van alle grote musici uit de jazzgeschiedenis is hun gevoel voor traditie en vooruitgang. Stilstand in de jazz is dodelijk, en wie zit er nu op dode muziek te wachten? Ornette Coleman zei ooit: ‘De evolutie die men in de muziek waarneemt, is bijna een biologisch feit, vergelijkbaar met de trage overgang van de kindertijd naar de volwassenheid. Kent u ook maar één jazzmusicus die historisch gezien geen leerling is?’ Het kenmerk van alle grote musici uit de jazzgeschiedenis is hun gevoel voor traditie en vooruitgang. Stilstand in de jazz is dodelijk, en wie zit er nu op dode muziek te wachten?
Gitarist Reinier Voet heeft dezelfde opvatting over zijn rol in de gypsy jazz. Dat hij een bewonderaar van Django Reinhardt is, steekt hij niet onder stoelen of banken, maar de grondlegger van het genre is ruim een halve eeuw dood. En als hij nog zou hebben geleefd, zou hij zeker niet zijn blijven hangen bij de muziek die hij in 1937, 1947 of 1953 maakte. Hij was een rusteloze zoeker naar nieuwe richtingen op de weg die hij was ingeslagen. Reinier Voet is iemand die het stokje van hem heeft overgenomen, en zijn kennis en liefde voor de jazz uit de tussenliggende decennia heeft verwerkt in de muziek van zijn band Pigalle44.
Uitgangspunt voor Voet en zijn kompanen (ritmegitarist Jan Brouwer en bassiste Jet Stevens) is de zeggingskracht van een sterke melodie of een zorgvuldig opgebouwde improvisatie. Eén goed geplaatste noot kan immers meer zeggen dan eindeloze notenslierten zonder kop of staart. Muziek moet communiceren, passie en emotie overbrengen, een helder en spannend verhaal vertellen. En dat zit zeker goed bij Pigalle44. Je hoort het in de uitgekiende composities die de leider zelf schrijft, maar ook in de eigenwijze vertolkingen van (minder bekende) standards en hoogtepunten uit het jazzrepertoire.
Dat Pigalle44 samenspel hoog in het vaandel heeft, blijkt ook uit de muzikale partnerschappen die het trio in de loop der jaren is aangegaan. Accordeonist Gert Wantenaar nam al twee cd’s met de band op, en voorziet de muziek van de French Connection: invloeden uit de musette en de chansontraditie. Violist Jelle van Tongeren is uit het zelfde hout gesneden als Reinier Voet: een enorme dosis respect voor de traditie van de Hot Club de France, maar ook voor hem heeft de jazz meer te bieden dan alleen Stéphane Grappelli. Hermine Deurloo gooit twee minder voor de hand liggende instrumenten in de strijd: sopraansaxofoon en (chromatische) mondharmonica. Die zet ze ook in bij de eigenzinnige folk-impro van The Rigidly Righteous, en ook al jaren in het Kollektief van Willem Breuker, en zijn ‘mensenmuziek’ zoals de aartsvader van de Nederlandse improvisatiescene dat noemt. Het is ook de meest kernachtige omschrijving voor de muziek van Pigalle44: Mensenmuziek met gypsy jazz-bloed.